Akkoord om te sparen in bedrijf

Vanaf 1 januari 2003 zijn het akkoord van spaarbonus en het akkoord van de winstverdeling beëindigd. Alleen het akkoord van spaarloon is nog als akkoord van bedrijf sparen van gebruik. De fiscale wetgeving is op hoofdlijnen opgetekend in de Wet Loonbelasting 1964.

Hoogstens te sparen

Het akkoord van spaarloon wordt ook verstaan als de aandelenoptierechten die worden bemachtigd in de contouren van een akkoord van spaarloon. De geldsom dat hoogstens opzij gelegd kan worden telt € 613, – per jaar. Worden aandelenoptierechten aangekocht dan wordt deze geldsom vermenigvuldigd.

Bedoeling van de afspraak

Meestal kan gesproken worden dat de bedoeling van het akkoord het aanzetten van bezitsvorming is. Denk daarbij aan het eigen woonhuis, aankopen van waardepapieren, aanvullend spaarcenten en aanvulling op u pensioen. Door deel te nemen aan het akkoord wordt het salaris voor de becijfering van de loonheffing en de verzekering van de loontrekker minder, waardoor minder accijns en bonus betaald hoeft te worden. De ommezijde is dat ook een mogelijke aanspraak op een aantal uitbetaling sterkte de WW of de WIA bijgevolg lager uit komt.

Ook de baas heeft enkele eigenschappen ten gunste. Deelnemers verminderen de bijdrage voor het werkgeversdeel van de polis van de loontrekker. Daar staat wel een bijzonder loonheffing tegen: de quasi werkgeversheffing. Deze heffing bedraagt 25% over het in een jaar opzij gelegde geldsom.

Gemeenschappelijke eisen

Vanaf 1 januari 2005 kan een loontrekker nog slechts bij 1werkgever meedoen. Daarvoor mocht men meedoen bij iedere baas. Als een loontrekker wil deelnemen, dan moet hij aan de volgende eisen voldoen:
• De loontrekker is sinds 1 januari bij de baas in dienstverband zijn;
• De baas past ten aanzien van de loontrekker de algemene heffingsvermindering toe.

Daarenboven moet de schikking op papier geschreven worden vastgelegd, dient er een werkelijke deelnamemogelijkheid voor 75% van het personeel te bestaan en telt een blokkeringtijd van minstens 4 jaar.

Blokkeringperiode

De afgehouden spaarcenten worden door de baas op een rekening, op bekendheid van de loontrekker gezet. De spaarcenten dienen in uitgangspunt voor een periode van minstens 4 jaar te worden vergrendeld. Het tegoed op een geblokkeerde rekening bestaat uit geplaatste spaarlooncenten en de bevorderde ontvangst (interest).
Mocht een loontrekker toch binnen de blokkeringtijd over centen willen genieten, dan wordt het vroegere ontvangen winst in de contouren van mindere belasting en beloning, hergeroepen

Op de geblokkeerde rekening mogen slechts bedragen worden gezet die door de baas zijn afgehouden. Met andere woorden: de loontrekker mag geen extra centen storten op de geblokkeerde rekening.

Ontheffing

De nog te betalen centen op een spaarloonrekening zijn verlost van heffing in box 3. Daarover hoeft geen vermogensrenementsheffing vereffend worden.

Vrijgestelde bestedingsdoelen

De nog te betalen spaarcenten kunnen ook binnen de blokkeringtijd voorafgaand worden gebruikt voor de afrekening van bijzonder genoemde bestedingsdoelen. Deze erkende bestedingsdoelen zijn:
• Polis lijfrente;
• Polisop kapitaal;
• aankoop eigen woonhuis;
• waardepapieren;
• Eigen kosten voor de studies;
• Opstarten van eigen bedrijf;
• Eigen vakantie.

Keuzemogelijkheid: akkoord van de levensloop

Als keuzemogelijkheid voor het akkoord van spaarloon heeft de regering het akkoord van de levensloop in het leven geroepen. Deze overeenkomst is ruimdenkend als het gaat om hoogste aan te draaien bedragen, maar heeft tot doel de verzamelde geldsom aan te wenden voor vakantie. De loontrekker mag maar aan 1 akkoord deel nemen. Op 1 januari moet een keuze worden gemaakt voor deelname aan het akkoord van spaarloon of aan het akkoord van de levensloop. Tussentijds kan niet geruild worden.

Meer:

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*