Het begin van het geldbriefje

De oorsprong van het muntstuk gaat terug tot in de tijd van de Romeinen. Het geldbriefje is wel reeds sinds een millennium in omloop maar in die tijd was het slechts een locaal fenomeen. In onze contreien deed het geldbriefje zijn intrede na het einde van de 16e eeuw.

Algemeen

“De Nederlandsche Bank betaalt aan toonder…..” Dit stond te lezen op de Nederlandse geldbriefjes die als eerste in omloop werden gebracht, waarbij duidelijk werd dat deze bankbriefjes een simpele schuldbekentenis bevatten.

Geschiedenis

De oorsprong is terug te vinden in China waar ruim duizend jaar geleden het eerste briefjesgeld in omloop werd gebracht. Dat is niet verwonderlijk omdat de chinezen ook het eerste papier hebben gemaakt. De Chinese bankbiljet had een permanente handelsbetekenis. Het was in het begin van de jaren 1700 dat in Zweden de eerste Europese briefjes van de pers rolden.

De eerste biljetten werden gebruikt als wissels, die door bankiers enkel aan zeer goede klanten werden uitgereikt. Wanneer die klanten op reis vertrokken konden ze die wissels bij een aangesloten geldhandelaar op een andere plaats in het land omruilen. Daardoor kon men zonder gevaar reizen, omdat dieven met deze wissels niets konden doen. De naam van de eigenaar stond genoteerd en kon dan enkel door desbetreffende persoon geïnd worden.

Vanaf het midden van de jaren 1600 is het de Bank van Amsterdam die de oorsprong legt voor de eerste verhandelbare documenten. De eerste biljetten in Nederland waren de dollar uit karton vervaardigd en die reeds voor 1600 in Leiden in omloop waren.

De geldbriefjes die na de oorlog in omloop kwamen waren van de hand van R. Oxenaar en J. Druipsteen. Op deze biljetten waren afbeeldingen te zien van bekende Nederlanders, tot de afbeeldingen op het briefje van honderd gulden vervangen werd door de snip en die op het briefje van tweehonderdvijftig gulden door een vuurtoren werden ingenomen. Tot eind 1980 was de afbeelding van Joost Van de Vondel te zien op het biljet van vijf gulden en Jan Pieterszoon Sweelinck fleurde het briefje van vijfentwintig gulden op.

Hoe wordt papier geld gemaakt?

Sedert het begin van de jaren 1800 worden de Nederlandse bankbiljetten gemaakt door de heer Johan Eschedé, een man van koninklijke bloede.

Het vervaardigen van bankbiljetten is niet zo eenvoudig! Om te beginnen wordt er speciaal papier gemaakt, waarbij het merkteken goed in de afbeelding moet passen. Het soort papier dat hiervoor gebruikt wordt bestaat uit de buitenste vezels van een onderdeel van de katoenplant namelijk de zaadcapsules. Waterstofperoxide moet ervoor zorgen dat de gele kleur gebleekt wordt.

De persen werden voorzien van een gegraveerd plaatje, zodat alle papier wat door de persen heen gehaald wordt dadelijk gemerkt wordt met een echtheidskenmerk. Enorme hoeveelheden papieren bankbiljetten komen te voorschijn uit de persen en worden dadelijk op fouten nagezien, verknipt, bijeen gebundeld en overgebracht naar de Nederlandse bank.

Het ontstaan van de euro

Op 1 januari 2002 is het afgelopen met het Nederlandse briefjesgeld. Vanaf dan treed de euro op de voorgrond ,de munt die vanaf dat moment in een tiental Europese landen gebruikt wordt.

Het ontwerp van de euro is van de hand van de Oostenrijker Robert Kalina van de Oostenrijkse Central bank (Oesterreichische Nationalbank) die in 1996 de uitgeschreven ontwerpwedstrijd won. Tot op heden zijn er 7 verschillende coupures in omloop, elk met een eigen afmeting, kleur en tekening, welke over het ganse Europese continent gelijkend zijn aan elkaar.

About the Author

>