Warning: Declaration of TCB_Menu_Walker::walk($elements, $max_depth) should be compatible with Walker::walk($elements, $max_depth, ...$args) in /home/howto133/public_html/dailyfinance.nl/wp-content/plugins/thrive-visual-editor/inc/classes/class-tcb-menu-walker.php on line 0
Alles Over Oldtimerverzekering

Alles Over Oldtimerverzekering

De oldtimer en de verzekering

oldtimerverzekering
alles over oldtimer verzekering

Laten we zeggen dat een oldtimer in elk geval een uitvoering van een type auto is, die al lange tijd niet meer gefabriceerd wordt. Anderen geven een andere, nadere omschrijving van het begrip oldtimer. Die zeggen dat het model al minstens een kwart eeuw niet gefabriceerd mag zijn wil het oldtimer genoemd mogen worden. Voor andere voertuigen als de bromfiets en de motor wordt – door de grootste groep althans- dertig jaar als ijkpunt aangehouden. Waar de geleerden het wél over eens zijn is dat de meeste Nederlandse oldtimerclubs aangesloten zijn bij de FEHAC: Federatie Historische Automobiel- en Motorfietsclubs. Ook eens is men het over het feit dat er voor oldtimers een aantal speciale regelingen gelden, zoals onder meer vrijstelling van wegenbelasting. Bekend is verder dat bijvoorbeeld vanwege milieuaspecten een aantal voordelige oldtimer regelingen zijn afgeschaft. Oldtimers zijn wel op een speciale manier te verzekeren, en dat- oldtimer verzekeren dus- is een interessant onderwerp om eens in te duiken.

Niet alleen bouwjaar is belangrijk

Een oldtimerverzekering is goedkoper dan een verzekering voor een ‘gewone’ auto. Dat wil echter niet zeggen dat je morgen meteen je verzekeringsmaatschappij belt en je auto als oldtimer laat verzekeren, want daarvoor moet de auto wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Verzekeraars kijken bij het afsluiten van een oldtimerverzekering niet alleen naar bouwjaar, iets waar het merendeel van de mensen klakkeloos vanuit gaat. Ook zaken als recreatief gebruik, het type auto én of de auto gestald wordt en er een andere, dagelijkse auto beschikbaar is, spelen een belangrijke rol.

FEHAC

Niet iedere oude auto kan worden verzekerd met een voordelige oldtimerverzekering. Wanneer er wel of niet een oldtimerverzekering afgesloten kan worden, verschilt per verzekeraar. Oldtimers die in een garage gestald worden en waar louter en alleen hobbymatig mee gereden wordt, komen net als oldtimers die bijzonder van aard zijn en omschreven kunnen worden als verzamelobject zeker in aanmerking voor een oldtimerverzekering. Dat geldt overigens ook voor oldtimers met een grijs kenteken – neem de Volkswagen T1- en auto’s ouder dan tien jaar en waarvan je eigenlijk wel weet dat het een oldtimer gaat worden, net als bezitters van oldtimers die lid zijn van een FEHAC club. Zij allen kunnen met een gerust hart de verzekeraar bellen.

Oldtimer verzekeren

Een oldtimer verzekeren als de oldtimer buiten aan de weg staat en niet wordt gestald of waar dagelijks nog mee gereden wordt, is veel lastiger. Ook als de oldtimer niet vermeldt staat in het Klassiek Jaarboek, zal de verzekeraar eerst de wenkbrauwen optrekken en je teleur moeten stellen. Jonger dan 24 jaar en al in het bezit van een oldtimer? Ook dan wordt het lastig, mits je bereid bent mee premie te betalen en uit kunt leggen aan de goegemeente hoe je zo jong al aan zoveel geld komt om een oldtimer te rijden. Ook oldtimers met een grijs kenteken in de vorm van bestelauto’s en kampeerwagens lijken kansloos voor de aantrekkelijke oldtimerverzekering.

Leugendetector

Wie kans van slagen wil maken op het afsluiten van een oldtimerverzekering, zal zich bewust moeten zijn van het feit dat er maximaal tussen de vijf- en tienduizend kilometer per jaar gereden mag worden. Of u moet liegen over het daadwerkelijke aantal gereden kilometers en dus wel van een gokje houden. De leugendetector is immers nog niet ingevoerd binnen het gilde der verzekeraars. Nog iets: als je een oldtimerverzekering hebt afgesloten, dan mag je alleen hobbymatig in je geliefde oudje rijden.

Lastig dus. Zeker is dat naar je werk rijden niet iets hobbymatigs is, hetzelfde geldt voor een ritje naar de plaatselijke grootgrutter. En dus stellen verzekeraars vaak een keiharde eis: er moet een eerste auto – een auto dus waar je de dagelijkse boodschapjes mee haalt- beschikbaar zijn. Die eerste vierwieler mag ook een leasebak zijn, althans in veel gevallen. En dat je een eerste auto hebt, moet je kunnen bewijzen.

Casco

Terug naar de ernst van de situatie rondom het verzekeren van je oldtimer. Een oldtimer kan een heel behoorlijke waarde hebben. In dat geval is het wijs om de auto tenminste WA-plus – beperkt casco- of allrisk, volledig casco dus, te verzekeren. Dan weet je als eigenaar tenminste waar je aan toe bent. Ook het afsluiten van een dekking voor inzittenden is best verstandig. Logisch, de bouwkwaliteit van de gemiddelde oldtimer is echt anders dan auto’s die als modern te boek staan. De kans op meer schade en ander malheur is voor wie een oldtimer rijdt gewoon groter, en dat geldt ook voor de mensen die wuivend achterin je oldtimer zitten, zwaaiend naar de mensen langs de kant van de weg.

Kleine lettertjes

Een verzekeringstip indien in het bezit van een oldtimer: goedkoop kan ook als het om verzekeringen gaat zomaar duurkoop blijken. Met andere woorden: de goedkoopste oldtimerverzekering is vaak niet de beste. In alle gevallen, duur of goedkoop, is het altijd verstandig en bijzonder aan te raden zelfs om de kleine lettertjes, de polisvoorwaarden dus, goed te lezen, nog eens te lezen en andermaal tot je te nemen. Soms namelijk moet er aan bepaalde voorwaarden voldaan worden en moet een auto bijvoorbeeld speciaal beveiligd zijn of moet aangetoond worden dat er daadwerkelijk een eerste auto aanwezig is. Met andere woorden: bewijs dat maar even. Let ook op het volgende: er zijn verzekeraars die niet volgens artikel 7:960 van het burgerlijk wetboek verzekeren. Genoemd artikel garandeert dat de taxatiewaarde van de wagen uitgekeerd wordt als er sprake is van diefstal of als de auto total loss is. Verzekeraars die dit artikel niet opgenomen hebben in de voorwaarden (heb je ze weer: de kleine lettertjes), die kunnen dus minder uitkeren dan je verwacht. En dat kan dus behoorlijk tegenvallen. Let zeker ook op de kilometers die je rijdt. Is dat minder dan verwacht, dan is het mogelijk de verzekering aan te passen. Doen, want dit scheelt in de hoogte van de premie. Meer kilometers? Stel dan naar boven bij. Of zwijg. Doe of je neus bloedt.

Een oldtimer verzekeren kan op bekende drie manieren: WA, WA Beperkt Casco en WA Volledig Casco. WA? WA betekent wettelijke aansprakelijkheid en geldt als de minimale verzekering. Het is de goedkoopste dekking die alleen de schade aan derden vergoedt. De eigen schade? Euh, flink blijven sparen. WA Beperkt Casco wordt ook wel de WA plus verzekering genoemd en deze verzekering vergoedt behalve WA in bepaalde gevallen ook schade aan je eigen oldtimer. Voorbeelden? Brand, diefstal, stormschade of een ruitbreuk. De opgelopen schade bij een aanrijding wordt echter niet vergoed.

RDW controleert

WA Volledige Casco is de allrisk verzekering. Gedekt wordt alles van de eerste twee genoemde verzekeringen én de schade aan de eigen auto als gevolg van een aanrijding of een stuurfout. Doorslaggevend bij het kiezen van een oldtimerverzekering is met name de waarde van de auto. De hoogte van de te betalen premie is daarnaast sterk afhankelijk van het aantal kilometers dat gereden wordt. Weet echter wel dat een oldtimer volgens de letters der wet tenminste WA verzekerd moet worden. Dit geldt zelfs als de auto in een stalling staat, mits het kenteken geschorst is. En beste mensen: doen! De RWD legt namelijk torenhoge boetes op als blijkt dat de auto niet verzekerd is en zeer regelmatig wordt gecontroleerd of auto’s al dan niet verzekerd zijn. Soms denk je wel eens dat medewerkers van het RDW er genoegen in scheppen een onverzekerde auto te traceren. Een gewaarschuwd mens telt voor twee!

De waarde?

Maar: wat is de waarde dan? Ik vind mijn eigen vrouw mooier dan de buurvrouw en hecht meer waarde aan haar. De buurman daarentegen schat de waarde van zijn eigen vrouw (mijn buurvrouw dus) aanzienlijk hoger in. Een lastige dus. Het antwoord op die vraag kan alleen gegeven worden door de taxateur. De taxatiewaarde is namelijk essentieel bij het afsluiten van de verzekering. Bovendien schept de taxatiewaarde een zekere mate van rust: de autobezitter weet precies wat er uitgekeerd wordt en de verzekeraar kan alvast rekening houden met het bedrag dat bij uitbetaald moet worden mocht de auto bij wijze van spreken total loss verklaard worden. De taxateur is onafhankelijk en in negen van de tien gevallen is een door de taxateur opgesteld rapport drie jaar geldig. Na die periode dient de wagen opnieuw getaxeerd te worden. Taxateurs willen namelijk ook een goed belegde boterham. Bezitters van een oldtimer die dit na die drie jaar niet doen, die moeten in geval van een calamiteit rekening houden met het feit dat er dan een dekking geldt op basis van de dagwaarde van de auto. Niet vergeten dus om na drie jaar opnieuw een telefoontje naar de taxateur te plegen. Bovendien kost het geen vermogen; de gemiddelde taxateur zal zo tussen de honderd en honderdvijftig euro vragen voor een taxatierapport. Verdeeld over drie jaar is dat een gering bedrag.

Taxateur

Oldtimerverzekeraars hebben vaak meer noten op zang. Ze stellen extra eisen aan het rapport van de taxateur simpelweg omdat het rapport – en de taxatiewaarde- tot achter de komma moet kloppen. Elke verzekeraar is en blijft ietwat achterdochtig en wil geen eurocent te veel uitkeren, zoals iedereen weet. De FEHAC heeft in die wetenschap een richtlijn opgesteld waarin staat waaraan een rapport ten minste moet voldoen om de titel ‘FEHAC goedgekeurd taxatierapport’ te mogen dragen. Verder wordt van de ingeschakelde taxateur gesteld dat hij aan een aantal opleidingseisen voldoet. Bel dus die taxateur die diploma’s heeft én daarnaast is aangesloten bij een brancheorganisatie als bijvoorbeeld NIVRE, VRT of TMW.

Chassisnummer

Leuk en aardig allemaal, maar wat dan als je in plaats van postzegels oldtimers verzamelt? Dan gaat de verzekering oer klassieker nogal in de papieren lopen. Of niet? Verzamelaars kunnen gerust zijn; voor deze groep (of voor beleggers) is er een zogenaamde collectieverzekering af te sluiten. Dan wordt minder gekeken naar het aantal gereden kilometers en ook worden oldtimers die geen Nederlands kenteken hebben verzekerd tegen diefstal en brand. Deze buitenlandse wagens worden verzekerd op basis van het bekende chassisnummer. In het verlengde daarvan kunnen ook memorabilia worden meeverzekerd. En voor mensen die niet weten wat dit is: dat zijn zaken als badges, brochures, emaille en modelauto’s. Tenslotte zijn er verzekeringsmaatschappijen die als ze aan oldtimers denken kennelijk ook meteen aan kunst denken en een pakket bieden om zowel oldtimer als kunst te verzekeren. In de ogen van deze verzekeraars zijn mensen met een oldtimer mensen met veel geld, kennelijk.

Oldtimers en buitenlandse oldtimers kunnen dus apart of als collectie in verzekering genomen worden. Maar hoe zit het dan met een oldtimer die gerestaureerd gaat worden? Hmm, dat is een best lastig te beantwoorden vraag. Restaureren staat doorgaans voor een operatie die veel tijd kost en hoge kosten met zich mee brengt. Bovendien komen onderdelen vaak laat binnen en nemen bezitters vaak ruim de tijd om hun oldtimer mooi te maken. Dit kan soms wel jaren duren en er zijn gevallen bekend dat het project helemaal nooit afgerond werd.

Losse bumper

Er zijn verzekeraars bekend die een oldtimer in restauratie wel willen verzekeren op zaken als diefstal en brand. Vaak wordt het WA-risico, ook wel rij-risico genoemd, dan niet mee verzekerd. Begrijpelijk, de auto zonder kenteken staat immers misschien wel jarenlang in een stalling en kan geen geldige APK overleggem. Mensen die plannen hebben een auto te laten restaureren, doen er goed aan eerst even een afspraak te maken met de (erkende) taxateur. Die laat je de auto taxeren bij aanvang van de restauratie en meteen maak je de afspraak dat de taxateur na twee (of drie) jaar opnieuw langs komt en taxeert. Let wel op: er wordt alleen waarde toegekend aan delen die aan de oldtimer bevestigd zijn. Ligt er een losse bumper tegen de oldtimer aan, dan wordt die bumper dus niet mee verzekerd.

Wordt de oldtimer naar het RDW gereden, dan kan met het chassisnummer een zogenaamd eendagskenteken aangevraagd worden en is de wagen WA verzekerd. Mensen die bij hoog en laag blijven beweren dat hun fraaie oldtimer gewoon is meeverzekerd op de inboedelverzekering, die weten niet wat ze zeggen. Onzin dus. Wél kunnen in bepaalde gevallen spullen die uit de oldtimer gestolen worden – cd’s en kleding om maar wat te noemen- onder de inboedelverzekering vallen. Het kan dus best zijn dat de gestolen elpee van Rob de Nijs wel onder de verzekering valt. Toch een geruststellende gedachte.

Vergelijken

Nog meer dan bij andere verzekeringen is het een uitstekend idee om de beschikbare oldtimerverzekeringen met elkaar te vergelijken en vervolgens te kiezen voor de verzekeraar die het meest tegemoet komt aan de specifiek voor jou geldende verzekeringswensen. Of je kiest de verzekering die het goedkoopst is. Net wat je wilt. Er zijn online prima mogelijkheden om een goede vergelijking tussen de talrijke aanbieders te kunnen maken. Ga dus voor een objectieve vergelijking, en niet die van de verzekeraar die zelf bij alle vergelijkingen steevast als beste uit de bus komt. Zoek dus een online vergelijker die tenminste alle grote verzekeraars van Nederland met elkaar vergelijkt. Grote jongens in verzekeringsland zijn ASR, Avero Achmea, Bovemij, De Goudse, REAAL, London, Europeesche, Unigarant en Univé. Nog beter is om bij de giganten ook de iets kleinere te betrekken om een zo reëel mogelijk beeld te krijgen. Wie na een dag, een week of langer eindelijk weet met welke verzekeraar hij of zij zaken wil doen, die kan snel handelen; de verzekering is vaak meteen online af te sluiten.

Semi oldtimer

Mooi, is dit geregeld. Maar dan even over de semi oldtimer die je hebt staan. Wat doe je daar verzekeringstechnisch mee? Voor de leek: er is niet één heldere definitie van de semi oldtimer te geven. Wel zijn er een aantal kenmerken te noemen waaraan de semi oldtimer zou moeten voldoen. In de meeste gevallen is een semi oldtimer op basis van leeftijd (bouwjaar) nog net geen oldtimer. Meent een maatschappij dat een oldtimer twintig jaar oud moet zijn, dan is de auto met een leeftijd van tussen de vijftien en twintig jaar dus een semi oldtimer. Behalve bouwjaar dient de wagen ook te beschikken over klassieke kenmerken en weer vooral recreatief gebruikt te worden. Bovendien wordt een maximaal te rijden aantal kilometers bepaald en wordt vaak geëist dat de semi oldtimer de tweede auto moet zijn. Er moet dus een voertuig beschikbaar zijn waarmee de dagelijkse boodschappen en andere ritjes gemaakt kunnen worden.

Uiteraard moet ook deze semi oldtimer verzekerd worden. Ook nu geldt: minimaal WA. Voor de semi oldtimer is net als de grote broer een speciale verzekering af te sluiten. Niet speciaal is de wijze waarop de Belastingdienst tegen semi oldtimers aankijkt, om even een uitstapje te maken. Voor oldtimers hoeft geen wegenbelasting betaald te worden. De term semi oldtimers is echter nog niet doorgedrongen op de burelen van de Belastingdienst en dus wordt het als een normale auto aangemerkt. En een normale auto betaalt het normale tarief aan Wegenbelasting. Uitgangspunt voor verzekeraars die een semi oldtimer verzekeren is doorgaans vooral de leeftijd van de auto. Verzekeraars hanteren daarbij verschillende leeftijdsgrenzen. Het afsluiten van een speciale verzekering is overigens wel een aanrader, want de te betalen premie is vaak lager dan een reguliere autoverzekering.

Groene kaart

Wie de klassieker (of bijna klassieker) verzekerd heeft, is gedekt binnen alle landen van de Europese Unie plus de landen rondom de Middellandse Zee. Die landen staan overigens op de groene kaart genoteerd, voor de duidelijkheid. Weet ook dat ook als de oldtimer eenmaal verzekerd is, het belangrijk is om het aantal gereden kilometers scherp in de gaten te houden. Rijd je meer dan aangegeven, dan dient meteen een belletje naar de verzekeraar gepleegd te worden. Zo niet, dan zou de verzekeraar zomaar eens kunnen besluiten om niet uit te keren. In dit geval loont eerlijkheid dus zeker wel.

Rally

Bezitters van een oldtimer zijn vaak echte liefhebbes van de automobiel, gebruiken het als pronkstuk richting de buren of willen meedoen aan rallyritten. Ralllyritten? Rally maakt de kans op schade groter. Hoe zit het dan met de verzekering? Vooropgesteld; bij veel verzekeraars ben je met de oldtimer verzekering gewoon gedekt als er meegedaan wordt aan puzzel- en toertochten. Die hebben kennelijk een niet flitsend en snel imago bij de verzekeraars. Het wordt echter een ander verhaal als er meegedaan wordt aan een evenement waarbij het vooral draait om snelheid. De risico’s zijn dan immers (veel) groter. Stel je deze vraag aan de verzekeraar, heb dan goed in beeld of het een evenement is waarin het vooral gaat om de rijvaardigheid of dat er racewerk verwacht wordt. Draai je de oldtimer daadwerkelijk de racebaan op dan race je onverzekerd. Er zijn praktisch geen verzekeraars die dit risico willen nemen. Racen met de oldtimer kan dus wel, de eventuele gevolgen zijn voor de eigenaar. Ondanks dat zijn er veel bezitters die juist voor de racerij een oldtimer in bezit hebben. Je ziet ze wel eens op de openbare weg, als de klassieker op een trailer naar de racebaan vervoerd wordt. Dat is dus niet om de wagen nog even wat extra rust te gunnen, maar omdat de auto niet verzekerd is en dus geen gebruik mag maken van de openbare weg.

Picknicken

Wedstrijdjes, rallyritten, toertochten: de verzekeraars hebben geen unaniem standpunt wat betreft de verzekering tijdens deze evenementen. Toertochtjes zijn vaak wel verzekerd omdat ze te boek staan als ontspannen tochtjes waarbij de deelnemers genieten van de omgeving en onderweg picknicken. Verzekeraars schatten de risico’s niet hoger in dan dat er een ‘gewoon’ ritje met de klassieker gemaakt wordt en dus geldt de verzekering dan ook vaak gewoon. Is er een evenement waarbij het gaat om als eerste over de streep te komen en er dus snelheid gevraagd wordt, dan zal de verzekeraar vaak al snel een beroep doen op de Wet Aansprakelijkheid Motorrijtuigen. Deze wet geeft verzekeraars de kans om ritten waarbij snelheid gevraagd wordt, behendigheid vereist is of wedstrijdelementen voorkomen, uit te sluiten van de WA (en ook andere dekkingen!). Schade? Dan draai je als eigenaar dus zelf voor de kosten op.

Dan komt weer de FEHAC om de hoek, want ook deze, u merkt het heel actieve, organisatie organiseert evenementen die vallen onder het Nationaal Reglement Regelmatigheidsritten en waar het zelf bovendien toezicht houdt. In dit geval wordt door de organisatie een WA-verzekering geregeld en wordt vaak ook om een assurantieverklaring van de verzekeraar gevraagd. In deze verklaring stelt de verzekeraar- plechtig en eerlijk- dat de WA tijdens het evenement gedekt is. Geen verklaring is vrijwel altijd niet mogen meedoen aan het evenement. Doe je mee aan een rallyevenement, informeer dan wel even of er wel een vergunning voor de rally is aangevraagd. Op de openbare weg racen is immers streng verboden.

Seizoen

Wel eens gehoord van seizoensgebonden verzekeren? Nee? Weet dan dat de mogelijkheid bestaat om slechts voor een aantal maanden per jaar een oldtimerverzekering af te sluiten, bijvoorbeeld in de zomermaanden als je er met je klassieker op uit gaat. Een goed idee, want dan houd je het premiebedrag voor de andere seizoenen mooi in de portemonnee. Wil je seizoensgebonden verzekeren? Laat dan de oldtimer tijdelijk schorsen. Schorsen betekent dat je bij het RDW en je verzekeraar aangeeft dat je auto stilstaat en geen wiel op de openbare weg zal zetten. Deze optie wordt door het gros van de verzekeraars aangeboden, dus waarom zou je er geen gebruik van maken?

Details

Het verzekeren van de oldtimer kan dus op verschillende manieren en is per verzekeraar vaak verschillend. Soms zijn die verschillen bijzonder groot, in andere gevallen gaat het slechts om details. Nog steeds hebben de verzekeringsnemers het druk, en dat is best bijzonder. Er zijn de afgelopen jaren namelijk nogal wat maatregelen genomen om het oldtimerbezitters en aspirant oldtimerbezitter wat lastiger te maken door het invoeren van meer en strengere regels. Ondanks dat is de oldtimer niet uit het straatbeeld verdwenen en zal de klassiekers dat ook zeker niet doen. FEHAC blijft de strijd aangaan en boekt regelmatig successen in de strijd om versoepeling van de wet. Een van die successen was het aanpassen van de APK regels vanaf dit jaar en ondertussen wordt koortsachtig onderhandeld over de nieuwe erfgoedwet voor klassieke voertuigen.

About the Author

>